JOHAN STOCK & RONY DE GRUYTER

Als grafisch ontwerper / beeldhouwer / fotograaf is Johan Stock sterk visueel ingesteld.
Door zijn sterke intuïtie, het zoeken naar de essentie en de strakke beperkingen die hij zichzelf oplegt heeft hij een eigen visie op creativiteit ontwikkeld.
Zijn relativeringsvermogen, humor en aanstekelijk optimisme zijn kenmerkend voor zijn persoonlijkheid en keren vaak terug in zijn werk. Hij is continu op zoek naar onderwerpen die op het eerste zicht méér zijn of niet zijn wat ze op het eerste zicht lijken te zijn. Naast maatschappelijke fenomenen en de natuur vormen fotografie, architectuur, techniek, design en mode belangrijke inspiratiebronnen.
Johan Stock heeft een voorkeur voor repetities en om dingen buiten hun context te plaatsen.
Materiaal, kleur, structuur en compositie zijn bepalend voor vorm en inhoud van zijn werk.
Hij houdt zich niet aan een bepaalde techniek of discipline maar tast raakvlakken af met andere kunstvormen en technieken.
Het creatief proces, de zoektocht die vooraf gaat aan de realisatie van een werk is voor hem quasibelangrijker dan de realisatie van het werk zelf.
Johan Stock is gedreven en heeft een constante honger naar vernieuwing en verandering.
Vluchtige onderwerpen, momentopnames en schijnbaar oppervlakkige gegevens zijn belangrijke uitgangspunten. Hij denkt (ontwerpt) snel en impulsief en in veel gevallen lijkt de realisatie van een werk voor hem een vorm van tijdsverlies. Daarom zoekt hij naar snelle realisatieprocessen via industriële materialen en technische toepassingen. Het beeldend werk dat hij realiseert toont veelal dezelfde karakteristieken als de professionele opdrachten die hij als grafisch ontwerper uitvoert.
Johan Stock ziet zichzelf evolueren als interdisciplinair, conceptueel kunstenaar/ontwerper.

De act van het schilderen vindt hij ondergeschikt aan de intensiteit die hij door middel van de verf en materie wil geven aan een vlak. Een kunstwerk moet in zijn totaliteit harmonieus zijn, elk overbodig detail zou een ander essentieel detail in de geest van de beschouwer verdringen. Maar door de harmonie van het toegevoegde zo perfect mogelijk te benaderen, bouwt hij iets op, creëert hij voor zichzelf een zekere graad van voldoening. Omdat hij tot een bepaald resultaat komt, omdat het pigment, de inscripties en de materie zijn totale waarde krijgt. De handeling staat echter niet op zich. Eigenlijk is ze niet meer dan een noodzaak om zijn doelstellingen te bereiken. En dat kan hij enkel en alleen door geleidelijk te werken, met precisie, constant opbouwen van kleur en materie. Het vergt een beheersing en een zekere afstand. Elk eindresultaat staat op zich en heeft zijn eigen verhaal, het blijft een uitwisseling tussen wat de geest aanvoelt en de overdracht van deze naar het doek.