Op het eerste gezicht vertonen de monumentale schilderijen van Chris Verkaemer een zekere vorm van monochromie. Bij nader toekijken ontstaat een complex proces van zichtbaarheid. Bij elk schilderij stuit je op hetzelfde enigma. De continuïteit van de ruimte - de logica van waar het zich bevindt - wordt ergens op het doek doorbroken en vervangen door een biologerende discontinuïteit.

Het geschilderde wordt immers steeds in een gebroken ruimte geplaatst. Schilderen wordt in die optiek een vorm van componeren. De kleur wordt klank. Het schilderij wordt een partituur.